Nieuwe Europese
microbiologische criteria voor levensmiddelen
Op 1 januari 2006 worden
binnen de EG nieuwe criteria voor levensmiddelen van kracht. Deze zijn
onderdeel van de ‘General Food Law’ en worden in Regulation EC 852/2004, ook
wel aangeduid als ‘Hygiëne 1’, beschreven
Naast microbiologische
criteria worden in Regulation EC 852/2004 ook richtlijnen beschreven voor wat
men meestal aanduidt als ‘good practice’. . Deze betreffen vooral de directe
opbrengsten van landbouw en veeteelt en de primaire sector. Verder krijgt HACCP
meer aandacht dan in eerdere richtlijnen het geval was en wordt dit zelfs
verplicht gesteld, al geldt dit nog niet voor de primaire sector. Veel nadruk
ligt ook op de verantwoordelijkheid van de producent en de traceerbaarheid van
levensmiddelen.
Sinds kort bestaat een nieuwe
groep die zich met dit gebied bezighoudt. Deze groep wordt geleid door een
tweetal onafhankelijke microbiologische experts: dr. Servé Notermans en ir.
Klaske van Hoeij. Zij presenteren zich als “Food
Doctors – your
partners in microbe control” (www.fooddoctors.com). Zij organiseerden
op 22 september jl voor de tweede maal een workshop Microbiologische Criteria.
Hoewel het maximale aantal deelnemers op 25 was gesteld, bleek dat ruim 30
geïnteresseerden zich hadden aangemeld om de introductie van de EG-voorstellen
aan te horen en erover te discussiëren. Ook werd besproken op welke wijze men
aan de criteria kan voldoen, terwijl verder de testfrequentie het onderwerp was
van een levendig gesprek tussen presentatoren en bezoekers.
De criteria betreffen de
veiligheid van het voedsel en de hygiëne van het proces, waarbij de te
gebruiken referentiemethoden nu zijn voorgeschreven. Alternatieven zijn alleen
toegestaan als deze door een onafhankelijke organisatie zijn gecertificeerd (op
basis van de ISO-norm no. 16140).
Voorlopig zijn
veiligheidscriteria gesteld voor de aanwezigheid van Escherichia coli, Salmonella,
Listeria monocytogenes, enterotoxinen van Staph. aureus en
histamine. Om de proceshygiëne te kunnen beoordelen worden ook hiervoor
criteria gesteld. Deze beogen primair het bewaken van het proces Ze betreffen
het voorkomen van zogenaamde indicatororganismen zoals Enterobacteriaceae en Staph.
aureus, en ook het totaal aeroob kiemgetal,. Voor beide groepen van
criteria wordt de grootte van de monsters en hun aantal voorgeschreven.
Voorbeelden van criteria en
het nut ervan kwamen natuurlijk ook aan de orde. Voor wat betreft voedselveiligheid
wordt in principe rekening gehouden met de ernst van het ziektebeeld dat kan
ontstaan (dan worden meer monsters genomen) en de gevoeligheid van de
consument.
In principe dienen de nieuwe
EG-veiligheidscriteria te worden gebruikt om acceptabele partijen te scheiden
van niet-acceptabele partijen. Een partij die niet aan een van de
veiligheidscriteria voldoet, mag niet in de handel worden gebracht. De criteria
dienen ook te worden geïntegreerd in het HACCP-systeem. Bij de proceshygiëne
gaat het er vooral om of het proces onder voldoende veilige omstandigheden
wordt uitgevoerd. Mocht bijvoorbeeld worden vastgesteld dat in melkpoeder te
veel Staph. aureus aanwezig zijn, dan zal de melkpoeder ook op
enterotoxinen van Staph. aureus moeten worden onderzocht. Als in
babymelkpoeder enterobacteriaceae aanwezig zijn, moet ook een onderzoek op Salmonella
en E. sakazakii worden uitgevoerd.
Als eenmaal een robuust
HACCP-systeem is ontwikkeld (hetgeen ook uit de verificatie zal moeten
blijken), kan de onderzoeksfrequentie worden verminderd.
Ad Ruiter